Search results for 'Politieke filosofie' (try it on Scholar)

1000+ found
Order:
  1.  4
    Herman De Dijn (2006). Recht is macht: Ontmaskering Van de autoriteit? Korte inleiding in Spinoza's politieke filosofie. Tijdschrift Voor Filosofie 68 (3):507-524.
    This paper is an interpretation of the precise meaning of Spinoza's provocative theses that "right is might", and that the real basis of political and other authority is power. The possibility condition of these radically modern theses — that imply the end of traditional theologico-political thinking — is a peculiar naturalistic theology. At the same time, this paper provides a brief, but thorough introduction to Spinoza's political philosophy. Some aspects of it which are often neglected, such as the intricate relationship (...)
    No categories
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  2. Theo W. de Wit (1994). De onontkoombaarheid van de politiek. De soevereine vijand in de politieke filosofie van Carl Schmitt. Tijdschrift Voor Filosofie 56 (3):590-591.
    No categories
    Translate
     
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  3. Koen Geldof (2007). Gerecenseerde werken-bibilgraphische notities-Van der stoep, J., Pierre Bourdieu en de politieke filosofie Van het multiculturalisme. Tijdschrift Voor Filosofie 69 (1):182.
    No categories
    Translate
     
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  4. Anneles Degryse (2009). ''Arendts lezing van Kants' Kritiek van het oordeelsvermogen': Een herlezing van Arendts' Lezingen over Kants politieke filosofie'. Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte 101 (4):245-260.
    Translate
     
     
    Export citation  
     
    My bibliography   1 citation  
  5.  6
    Gerrit Steunebrink (2006). De islamitische receptie van westerse politieke filosofie in haar politieke context. Wijsgerig Perspectief 46 (4):16-27.
    No categories
    Translate
      Direct download (2 more)  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  6.  2
    G. A. den Hartogh (1992). Waarheid en consensus in de politieke filosofie van Rawls. Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte 84:93-120.
    No categories
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  7. Grahame Lock, Etienne Balibar & Herman R. van Gunsteren (1989). Sterke Posities in de Politieke Filosofie.
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  8. Philip Pettit & Xavier Vanmechelen (2002). Afhankelijkheid Zonder Dominantie Over de Sociale En Politieke Filosofie van Philip Pettit. Monograph Collection (Matt - Pseudo).
    No categories
    Translate
     
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  9. Jean Hampton (1986/1988). Hobbes and the Social Contract Tradition. Cambridge University Press.
    This major study of Hobbes's political philosophy draws on recent developments in game and decision theory to explore whether the thrust of the argument in Leviathan, that it is in the interests of the people to create a ruler with absolute power, can be shown to be cogent. Professor Hampton has written a book of vital importance to political philosophers, political and social scientists, and intellectual historians.
    Direct download (2 more)  
     
    Export citation  
     
    My bibliography   40 citations  
  10. Christoph Horn & Ada B. Neschke-Hentschke (eds.) (2008). Politischer Aristotelismus: Die Rezeption der Aristotelischen Politik von der Antike Bis Zum 19. Jahrhundert. Metzler.
    Translate
     
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  11.  4
    Daniela Hüttinger (2004). Zum Begriff des Politischen Bei den Griechen. Königshausen & Neumann.
    Ist das Politische Macht? Ist es öffentliches Handeln oder die beste Gesellschaftsordnung? Daniela Hüttinger sucht dort nach einer Antwort, wo die historische Wurzel des Politischen vermutet wird: im Griechenland des 5. und 4.
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  12. Anke Coumans (2012). Vervreemding Als Politieke Interventie. Filosofie En Praktijk 33 (3):93.
    No categories
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  13.  14
    Toon Braeckman (forthcoming). Neoliberalisme en de symbolische institutie van de samenleving. Lefort en Foucault over de staat en'het politieke'(forthcoming). Tijdschrift Voor Filosofie.
    No categories
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  14. Michel Foucault, Niels Helsloot, Annemie Halsema, Ten Kate & Henk Manschot (1996). Breekbare vrijheid. De politieke ethiek van de zorg voor zichzelf. Tijdschrift Voor Filosofie 58 (3):591-592.
    No categories
    Translate
     
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  15.  6
    Dorota Mokrosinska (2010). Het gemeenschapskarakter van politieke verplichtingen. Tijdschrift Voor Filosofie 72 (4):717-747.
    No categories
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  16.  6
    Klaus Held (1993). Eigenlijke existentie en politieke wereld. Tijdschrift Voor Filosofie 55 (4):634 - 656.
    Little attention has been paid to the dimension of the political world in the phenomenological project of Husserl and Heidegger. However, this is not due to phenomenology as such, as has been proven by the discovery of the political occurring in the work of Hannah Arendt. The author therefore takes the phenomenological ideal of openness to the world in authentic existence as his starting point in an attempt to provide a systematic phenomenological determination of the political world. A preparatory first (...)
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  17.  4
    André Van de Putte (2003). Politieke vrijheid: De republikeinse kritiek Van de liberale opvatting Van vrijheid. Tijdschrift Voor Filosofie 65 (4):627-656.
    The debate following Berlin's famous lecture Two Concepts of Liberty circled around the opposition between negative and positive liberty. Berlin delivered his lecture during the period of the Cold War. Therefore it not only provoked a very technical debate within analytic philosophy on the concept of liberty but also contained an important butdebatable political message: those who endorse positive liberty should be conscious of the fact that the logic of positive liberty leads, if not necessarily at least easily to despotism, (...)
    No categories
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  18. F. Ankersmit (1996). Politieke Partijen in Het Tijdperk van de Onbedoelde Gevolgen. Filosofie En Praktijk 17:101-108.
    No categories
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  19. Antoon Braeckman (1994). De geboorte van de intellectueel-kunstenaar. Over Holderlin, filosofie en literatuur in de Duitse Romantiek. Nexus 8.
    Veel intellectuelen hebben gezocht naar maatschappelijke rechtvaardiging voor hun vermeende recht op een gepriviligieerde plaats in de samenleving. De tegenstelling tussen hun zelfbewustzijn en hun politieke onmacht was nooit duidelijker dan in de tijd van de Duitse romantiek. Deze paradox komt duidelijk tot uiting in de werken van Hölderlin, Schlegel, Novalis en Schelling.
    No categories
    Translate
     
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  20. B. de Spinoza & W. N. A. Klever (1987). Hoofdstukken uit „De politieke Verhandeling”. Tijdschrift Voor Filosofie 49 (1):139-140.
    No categories
    Translate
     
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  21. Rik Peeters (2009). Een verlangen naar politiek. Politieke cultuur in Nederland tussen fatsoen en tirannie van de redelijkheid. Filosofie En Praktijk 30 (2):34.
    No categories
    Translate
     
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  22. Jan Prij (2011). Theedrinken als kern van het politieke. Filosofie En Praktijk 32 (2):19.
    Translate
     
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  23. Pieter Tijmes & Pieter Fokkink (1995). Ethiek in Politiek En Samenleving - Ethiek, Voor Zover Deze Betrekking Heeft Op Collectieve Vragen, is Een Zaak van de Politiek Geworden. Daarom Moetde Politieke Ethiek Worden Onderwezen En Aangeleerd. Filosofie En Praktijk 17:1-13.
    No categories
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  24. Bert van den Brink (2008). Publieke rede en politiek conflict: een kritiek van het politieke liberalisme. Filosofie En Praktijk 29 (6):17.
    No categories
    Translate
     
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  25.  5
    Gertrudis Van de Vijver (2011). Wat is dat: filosofie? de Uil Van Minerva 24 (3):117-225.
    Dit artikel behandelt de vraag van wat filosofie is vanuit de gelijknamige tekst van Heidegger. Het bespreekt het mogelijk onderscheid tussen continentale en analytische manieren om aan filosofie te doen, evenals het effect van de universitaire institutie op de filosofische bedrijvigheid.
    No categories
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  26.  90
    Ernst-Otto Onnasch (2006). De eerste receptie van kants filosofie in nederland. Tijdschrift Voor Filosofie 68 (1):133 - 156.
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  27. Jan Bransen (1992). Filosofie En Ironie Fantastische Opmerkingen Over de Toekomst van Een Traditie. Monograph Collection (Matt - Pseudo).
    No categories
    Translate
     
     
    Export citation  
     
    My bibliography   2 citations  
  28. D. H. Oosthoek (2007). Balans Van 35 jaar filosofie in het voortgezet onderwijs in nederland. Tijdschrift Voor Filosofie 69 (4):783-809.
    No categories
    Translate
     
     
    Export citation  
     
    My bibliography   1 citation  
  29. Jaroslav Peregrin, Filosofie Pro Normální Lidi.
    ONTOLOGIE (aneb Z čeho všeho se skládá svět) RELATIVISMUS A POSTMODERNA (aneb Má každý svou pravdu?) EPISTEMOLOGIE (aneb Jak můžeme o světě něco vědět?) FILOSOFIE JAZYKA (aneb Co je to jazyk a co je to význam?) STRUKTURALISMUS (aneb Co je to jazyk a co je to význam? podruhé) FILOSOFIE MYSLI (aneb Co to je mysl a kdo všechno jí může disponovat?) FILOSOFIE JAKO ANALÝZA MYSLI (aneb Jak nám naše mysl dává žít v našem světě?) FILOSOFIE VĚDY (...)
    No categories
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  30.  11
    Katrien Schaubroeck (2007). Geerlings, Ellen, Het oog in de storm. Wegwijs in de filosofie, Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2007 [Book Review]. Tijdschrift Voor Filosofie 69 (4):751-753.
    No categories
    Translate
      Direct download (2 more)  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  31.  8
    Karin de Boer (2009). Kant, Hegel, en het begrip'immanente kritiek'in de moderne filosofie. Tijdschrift Voor Filosofie 71 (3):475-498.
    No categories
    Translate
      Direct download (3 more)  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  32. Rutger Claassen (2005). Het eeuwig tekort. Een filosofie van de schaarste. Tijdschrift Voor Filosofie 67 (3):597-598.
    No categories
    Translate
     
     
    Export citation  
     
    My bibliography   1 citation  
  33. R. van Woudenberg (1995). Rede, religie en de mogelijkheid Van christelijke filosofie. Tijdschrift Voor Filosofie 57 (2):267-296.
    This paper deals with Dooyeweerd's radical thesis, i.e., his thesis that reason necessarily has a 'religious root' . This thesis was Dooyeweerd's main justification for his own religious philosophy. First I argue that the arguments Dooyeweerd puts forward do not warrant his radical thesis. Secondly, I argue that Dooyeweerd's thesis itself is ambivalent between the theses that religious commitments form the transcendental conditions for philosophical thinking and that religious commitments are constitutive for philosophy and that religious commitments are regulative for (...)
    No categories
    Translate
     
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  34.  6
    S. Strasser (1975). Erotiek en vruchtbaarheid in de filosofie Van Emmanuel Levinas. Tijdschrift Voor Filosofie 37 (1):3 - 51.
    In seinem Werk „Totalität und Unendlichkeit” ist Levinas darauf bedacht, eine radikale Philosophie der Transzendenz zu konzipieren. Seine Kritik der abendländischen philosophischen Tradition gipfelt in dem Vorwurf, dasz sie die Momente der Reflexion, der Immanenz und der Totalität übermäszig betont hat, und zwar auf Kosten der echten Transzendenz. Sie opfert die Andersheit des Anderen auf, um ihn systematisch auf Denselben zurückzuführen. Das wirklich Transzendente kann wesensmäszig nicht innerhalb des Horizontes einer Vorvertrautheit erscheinen, da es „totaliter aliter” und das von mir (...)
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  35.  4
    Lieven Decock (1999). Structuur en ontologie: Enkele tendensen in de hedendaagse filosofie Van de wiskunde. Tijdschrift Voor Filosofie 61 (1):139 - 155.
    No categories
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  36.  4
    A. Peperzak (1980). „Ken U zelf!” Of „wat is filosofie Van de geest?”. Tijdschrift Voor Filosofie 42 (4):720 - 770.
    This study is an analysis and interpretation of § 377, with which Hegel opens, in the second and the third edition of his Encyclopedia, his philosophy of spirit. By comparing this text with earlier fragments of an introduction to the philosophy of spirit, which are also analysed and interpreted, this article is at the same time a contribution to the genetic study of Hegel's system. Although the interpretation presented here tries to explain every detail of § 377, particular stress is (...)
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  37.  4
    Carlos Steel (2003). Het Kwaad: Een Foltering Van de Filosofie. Tijdschrift Voor Filosofie 65 (1):3 - 32.
    The experience of evil in all its aspects has always been a challenge for the project of philosophy as a search for meaning. From the beginning philosophers have tried to explain evil, but they could only do so by making this brutal fact somehow intelligible so that it could enter rational discourse. Out of respect for the victims of horrible evil, we may now be inclined to stop all attempts at explanation, which all end up as justifications of evil. But (...)
    Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  38.  4
    Carlos Steel (1991). Thomas En de Vernieuwing Van de Filosofie: Beschouwingen Bij Thomisme Van Mercier. Tijdschrift Voor Filosofie 53 (1):44 - 89.
    The centenary of the Louvain Institute of Philosophy (which was founded to contribute to a renewal of philosophy within the Christian community „by adhering as closely as possible to the doctrine of Thomas Aquinas”) is the occasion for a critical examination of the particular form of Thomism developed by Désiré Mercier, the first president of the Institute. In Mercier's view, the appeal to Thomas can not be a submission to tradition or authority. Since philosophy is always a personal, free, rational (...)
    Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  39.  4
    P. Swiggers (1981). Taalpragmatiek en filosofie. Tijdschrift Voor Filosofie 43 (4):730 - 733.
    No categories
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  40.  9
    Marc Schuilenburg (2010). Badiou en de taak van de filosofie. Filosofie En Praktijk 31 (4):91.
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  41.  8
    K. Kuypers (1974). De idee Van filosofie AlS strenge wetenschap bij Husserl. Tijdschrift Voor Filosofie 36 (4):673 - 706.
    Die Forderung einer Philosophie als strenger Wissenschaft, von Husserl zum ersten Mal in dem bekannten Logosaufsatz erhoben, richtet sich nicht, wie meistens gedacht und auch von Dilthey selbst so verstanden ist, gegen den Historizismus von Dilthey, sondern vielmehr gegen dessen Identifizierung von Philosophie mit Weltanschauungsphilosophie und damit mit Weisheitslehre. Husserl hat vom Anfang an bis zum Ende seines Lebens sich der Herausarbeitung dieer Idee gewidmet und die Phänomenologie als Verwirklichung dieser Idee betrachtet. Dementsprechend soll man auch der geläufigen Auffassung zuwider (...)
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  42.  5
    Arnold Burms (1989). Exacte kennis en vage filosofie. Tijdschrift Voor Filosofie 51 (3):528 - 533.
    No categories
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  43.  7
    Jens De Vleminck (2008). Review: A. Comte-Sponville, Filosofie: Een Kennismaking (Kampen: Klement, 2007). [REVIEW] Tijdschrift Voor Filosofie 70 (3):631-632.
    Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  44.  8
    Carlos Steel (1986). Proclus : Filosofie en mythologie. Tijdschrift Voor Filosofie 48 (2):191 - 206.
    Since its origin, Greek philosophy has made an attempt to rationally determine what the 'divine', object of myth and religious practice, really is. In the present article we examine Proclus's project of a philosophical theology. First, by determining its object (theion) : the absolute One and the henads, secondly by distinguishing its method (logos) from other forms of theological discourse : symbolic-mythological, eikonic and oracular. Finally, we explain how Proclus came to understand the logical discussion in the Parmenides of Plato (...)
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  45. Jenny Slatman (2008). Maurice Merleau-Ponty 1908-2008: Filosofie als herdenking. Tijdschrift Voor Filosofie 70 (3):453-456.
    No categories
    Translate
     
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  46.  6
    H. G. Hubbeling (1967). De betekenis Van de analytische filosofie voor de wijsgerige theologie. Tijdschrift Voor Filosofie 29 (4):734 - 770.
    In this article the author discusses some main problems and techniques of analytical philosophy as far as they are relevant for philosophical theology. By the latter he understands a discipline in which a doctrine of God and religion is given in a philosophical way, i.e. in which no argument referring to revelation or authority is decisive. He acknowledges that besides this discipline there is room for dogmatic theology to which analytical philosophy can contribute too. In this article he occasionally refers (...)
    No categories
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  47.  6
    H. Kimmerle (1987). Rainer Maria rilke en de fenomenologie: Over de samenwerking Van dichtkunst en filosofie in een schamele tijd. Tijdschrift Voor Filosofie 49 (2):275 - 296.
    Die Rilke-Auslegung wird in weitreichende historische Perspektiven gestellt. Seit der Renaissance lässt sich ein Autonom-werden der Kunst beobachten, das bei Hölderlin, Wagner und Nietzsche zur Erwartung eines neuen ästhetisch bestimmten Zeitalters fuhrt. Heidegger schliesst für seine Kennzeichnung der gegenwärtigen Zeit, nach dem Tode Gottes und ohne eine neue bestimmende Mitte der Kultur, als ,, dürftiger Zeit" bei Hölderlin und Nietzsche an. Rilkes Position als „Dichter in dürftiger Zeit” ist in Heideggers Texten indessen nicht eindeutig. Rilke ist schliesslich nur ein Gesprächspartner (...)
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  48.  6
    Rudi Visker (1986). Kleine filosofie Van de economische filosofie: Nog een zwemmer tussen twee woorden. Tijdschrift Voor Filosofie 48 (2):207 - 236.
    Starting from an ambiguity in the title of the recently published journal Economics and Philosophy, this article tries to comment on the task of a philosophy of economics from a more or less continental point of view (no claim to uniqueness being involved however).Seen in this light, the general philosophical relevance of such topics as the reading of economic texts, the choice between absolutism or relativism in the history of economic thought, the relation between ethics and economics, is open to (...)
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  49.  6
    Ann Van Sevenant (2002). Liefde voor middellijke. Derrida's filosofie Van aanraken. Tijdschrift Voor Filosofie 64 (2):231-252.
    The concept of "the mediate" — a central notion in the philosophy of Aristotle and Hegel — is the starting point in this article on touching. It reveals that touching is less immediate than our philosophical tradition seems to admit. That is at least the position Derrida defends in a recent book in which he focusses on the priority of touching . Together with the study of the paradox that Derrida discovers in Husserl's text on the hierarchy of the senses, (...)
    No categories
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
  50.  7
    R. Van Woudenberg (1995). Rede, religie en de mogelijkheid Van christelijke filosofie. Tijdschrift Voor Filosofie 57 (2):267 - 296.
    This paper deals with Dooyeweerd's radical thesis, i.e., his thesis that reason necessarily has a 'religious root' (radix = root). This thesis was Dooyeweerd's main justification for his own religious philosophy. First I argue that the arguments Dooyeweerd puts forward do not warrant his radical thesis. Secondly, I argue that Dooyeweerd's thesis itself is ambivalent between the theses (i) that religious commitments form the transcendental conditions for philosophical thinking and (ii) that religious commitments are constitutive for philosophy and (iii) that (...)
    No categories
    Translate
      Direct download  
     
    Export citation  
     
    My bibliography  
1 — 50 / 1000